Gedropt in de Biesbosch.
- Angéla / Big Mamma Joe

- 2 apr 2021
- 11 minuten om te lezen
Gedropt in de Biesbosch
Ben je wel eens in de Biesbosch geweest? Wat een mooi stukje natuur is dat. Het slokt je op in een gevoel van groen en water, bootjes, mensen, maar ook in rust, flora en de fauna. Er zijn Plekken daar lijkt het wel Ibiza, mensen met grote ego’s, grote boten, drank en drugs, spierballen en te kleine bikini’s. Dat zijn geen plekken voor mij. Dit zijn voor mij plekken met mensen die teveel iets willen zijn voor de buiten wereld, ik ben juist opzoek of heb behoefte aan gewoon echt en jezelf zijn, maar vooral alle deugden op willen snuiven die deze mooie plek te bieden heeft. Het Harde, het zachte en alles wat daar tussen in zit. Want ”in de natuur zijn “ klinkt altijd zo poëtisch, maar kan ook heel hard zijn. Ik vind het ook vaak een soort beproeving hoe je zelf bent, wat voor buikgevoel heb je en geeft het je. Vind je juist die rust of wordt je er misschien wel onrustig van. De natuur geeft je als je daar voor open staat een spiegel voor je neus en als je durft te kijken kun jij jezelf zien.

Ik was er nog nooit geweest, maar onze lieve buurman heeft daar een bootje liggen en vroeg of wij een keer met hem mee wilde gaan. Dit aanbod grepen we met beide handen aan en de eerste beste keer dat we konden zijn we meteen meegegaan. Pippe was er niet bij, we waren met zijn drieën en de buren.
Hidje is eigenlijk niet zo’n natuur mens, hij is een gamer en in de natuur moet je jezelf vermaken. Maar doordat hij alleen mee was ging er ook veel aandacht naar hem toe en zo heeft hij toch een heerlijk avontuur gemaakt. Hij kon heerlijk met de buurman en zijn vrienden “jongens” dingen doen, want Hidje leeft in twee gezinnen met alleen vrouwen. Nu kon hij extra stoeien, uitdagen, stoer doen en in de energie van “mannen” zijn. En als je Hidde vraagt wat vond je nou het leukst, zegt hij ; poepen in het wild. hahaha
Na onze eerste ervaring en ons eerste nachtje in de Biesbosche natuur wakker te zijn geworden wilden we meer. Zo bedachten we dat we de buurman zouden vragen om ons gewoon een keer te droppen met ons viertjes op één van de afgelegen plekken. Want als je een bootje hebt kun je nog dingen halen als je iets bent vergeten of nog nodig hebt. Wij wilden echt met zijn vieren zijn en dan kom je toch uit op een afgelegen plek waar niet veel mensen komen en je dus afhankelijk bent van elkaar en wat je mee hebt genomen. Zoals water, je hebt een rantsoen aan eten en drinken en daar moet je het mee redden.
We hadden een gaatje in onze agenda gevonden en we konden vier dagen en drie nachten gaan. Het was wel spannend, want samen met kinderen is het toch anders als dan dat je met zijn tweeën zou gaan. Kinderen vragen heel iets anders van je en iets extra’s van je energie die je anders puur op jezelf zou kunnen richten, individueel samen zijn. Maar kinderen brengen ook het speelse vreugdige met zich mee, wat ook mooie energie geeft en een mooie aanvulling is. Het blije kind!
De spullen zijn gepakt, de kindjes zijn enthousiast en staan te springen rondom de auto totdat we gaan rijden. De knuffels die ze mee willen nemen bungelen onder hun arm en worden zo ontvoerd naar de Biesbosch. Goed plannen, denk je. Genoeg voor 4 dagen meenemen. Het lijkt wel een volksverhuizing. De gedachten van ”we hebben kinderen mee” speelt ook wel een grote rol. Als je samen iets vergeet of niet genoeg hebt dan leg je jezelf erbij neer als volwassenen, maar kinderen zijn jouw zorg en die zorg wil je het beste doen, óók in de natuur. Haha
Eenmaal aangekomen in de haven van Hank werden we opgepikt. De hele volksverhuizing uit de auto, hup op de boot. Jeetje denk je dan, wat hebben we veel spullen mee. Het zekere voor het onzekere omdat het de eerste keer is dat we dit doen. Tenminste op deze manier, afgezonderd zijn. Kamperen dat doen we al wel en genieten we ook enorm van. En in zekere zin is dit natuurlijk ook kamperen, ongewoon kamperen.
Buurman Bennie, Milou en hun dochtertje Linde nemen ons mee op een toer door de Biesbosch waar wij nog niet zijn geweest. Smalle vaarwateren waarvan de oevers dik begroeid zijn, en het galmt van vogelgezang en zoemende insecten. Wilde koeien staan af te koelen in het water. Ze zijn Prachtig, met hun grote horens zien ze er imposant uit.
We komen aan op de plaats van bestemming, laden als onze hebben houden weer uit, zwaaien naar de buren die weer wegvaren en nu is het echte avontuur begonnen.

We zoeken een mooi plekje uit om onze tenten op te zetten. Voor het eerst mogen de kinderen samen in een tentje, zonder ouders. Ook dat is natuurlijk heel spannend! Niet te veel broer-zus ruzies waardoor je als politie agentje moet optreden. Je kent het vast wel als je meerdere kinderen hebt.
Zo alles staat, is uitgepakt, de kinderen rennen al rond in hun blote bast en zwaaien met wat stokken, vinden beestjes en willen eigenlijk wel meteen gaan vissen, zij zijn er helemaal klaar voor! Voor hun is het avontuur al in volle gang. Wij als volwassenen zijn nog steeds bezig met de voorbereidingen, want hé goed voorbereid is het halve werk! We moeten nog hout zoeken voor het kampvuur, want ’s avonds zie je geen snars zo donker is het in de natuur, dus een grote voorraad hout is wel vereist wil je warmte en licht hebben als de avond valt. Nog even alle baterijtjes checken in de lampjes voor als je ’s nachts moet plassen en je alle spullen wil kunnen terug vinden in je tent.
Kom je nou, kom je nou roepen de kinderen die eigenlijk een beetje ongeduldig worden, want ze willen graag vissen, maar wij willen eigenlijk wel even zitten en een lekker koud wijntje drinken. Van al dat gesjouw en gebouw krijg je wel dorst 😊 en niet te vergeten dat de tijd zo hard gaat dat het eigenlijk al wel weer bijna etenstijd is. En aangezien wij echt in de natuur wilden zijn hadden we geen kookstelletje meegenomen maar hadden we bedacht echt op het vuur te gaan koken. Dit is ook allemaal leuk, maar op een net gebouwd vuur kun je niet koken, je hebt kooltjes nodig anders verbrand je eten zonder dat het gaar is. Dus hup dat vuur aan, uurtje wachten en we hebben perfecte kolen.
Ik geniet er volop van om dit te mogen doen, koken in de natuur. En het smaakt ook zo heerlijk als je eten wordt gegaard op echt hout en kolen. De echt BBQ old-school. Een bord op schoot, en met soort van vieze vingers eet je met bestek en je handen tegelijk. Hier en daar knarst er een zandkorrel tussen de tanden omdat je vleesje of een stukje groente van je papieren bordje is gerold of gevallen en je hem toch wil opeten, soms proef je een asje hier en daar omdat het er gewoon opgewaaid is. Maar oh oh oh wat een gevoel van vrijheid geeft dit. Ik en mijn gezinnetje in de natuur, haar in een punt, roet en vies op de gezichtjes van onze kinderen maakt het plaatje compleet.
Ons eerste nachtje verliep vlekkeloos, de kindjes moe en voldaan naar bed, wij nog even bij het kampvuur en de muggen een wijntje gedronken. We waren de deet vergeten dus het was wel een beetje een hinder al die zoemende muggen om je hoofd. Als oplossing hadden we groen gras op het vuur gegooid zodat er ook wat rookvormig kwam waar de muggen niet van hielden. Het was dus kiezen óf muggen óf rook. Ach ja het kon de pret niet delen. Wat een rust en stilte en toch is het oorverdovend omdat de stilte ook hard aanwezig kan zijn. En eigenlijk is het helemaal geen stilte, want hier ritselt een blaadje, daar zoemt een beestje, een verlate vogel wil graag het laatste woord, het water klotst tegen de oever en een koe loeit nog in de verte.
De eerste ochtend breekt aan, ogen open en je wordt meteen gevuld met frisse lucht, fluitende vogeltjes en kindjes in de andere tent die natuurlijk al eerder wakker waren. Mijn lief houdt van koffie in de ochtend dus we gaan eens kijken hoe het met het vuur staat. De kooltjes smeulen nog een beetje, dus hout erop en blazen maar! ’s Ochtend is het nog best fris, dus een vuurtje komt goed uit, lekker wakker worden terwijl je in een paar mooie vlammen kunt staren. Een croissantje uit het vuistje erbij en de dag is nu echt begonnen.
Gaan we vissen mama, gaan we vissen Angie, mama, angie, mama angie, gaan we nu wel echt vissen, aaah toeoeoeoeo. De kinderen hebben de slaap uit en zijn alweer hyper de hyper. Vandaag gaan we vissen beloofd!
De hengeltjes opgetuigd, wormen mee, maden mee en onszelf lopen we die 10 meter naar de waterkant door de bosjes. Deze bosjes zijn mooi en open, met paden van de wilde koeien. Die als je niet nadenkt, denkt dat deze door mensen zijn gemaakt.
Gezellig zitten we met z’n allen aan de waterkant, het is warm en een verfrissende duik zal wel lekker zijn. Pippe bouwt nog even een mooie hut voor haar lievelingsknuffel Hond en Hidde leest nog een Ducky. Iedereen is zen en geniet van het mooie weer en alles wat we aan het doen zijn. Ze vangen kleine visjes die grondeltjes heten, maar dat geeft niet, het is het hele “vissen” en iets vangen.
Eind van de middag zagen we dat de wilde koeien steeds dichter bij ons kamp kwamen. Twee dagen geleden hadden we ze nog zien staan in het water, maar dat was toch nog een heel eind van ons vandaan. Nu waren ze bij ons gearriveerd en keken nieuwsgierig naar ons terwijl wij nieuwsgierig naar kun keken. Hidde vraagt; wat nou als ze nog dichter bij komen, wat doen we dan? Rustig blijven vertellen we hem, maar hij vindt het toch wel erg spannend worden als ze maar dichter en dichter bij blijven komen.
Waar we helemaal niet over nagedacht hebben met het opzetten van de tent is dat we deze precies tussen twee van de wandelpaden van de koeien hebben gezet. Aan beide kanten liep een wandel spoor nog geen 50cm van de ten vandaan. Dus als conclusie wisten we eigenlijk dat we gewoon in de weg stonden. Hun letterlijke weg.
Het werd inmiddels tijd om te gaan koken en het vuur werd gestookt. Vragend keken de koeien naar ons wat wij nou toch allemaal aan het doen waren. En nu ze toch steeds dichter bij kwamen zagen wij dat het helemaal geen koeien waren maar allemaal stieren. Hahaha lichte paniek, want stel nou dat ze iets roods zien opperde Hidde. Ik zei, zolang jij een rustige houding hebt en rustig vanbinnen blijft zullen zij ook rustig zijn. Dieren voelen het aan als jij angst hebt en dat kan hun ook angstig maken omdat ze jou dan onvoorspelbaar vinden. Pippe wilde het liefst meteen op de stieren afrennen om gewoon bij ze in de buurt te kunnen zijn, als knuffelen kon had ze dit graag willen doen én ik ook! Maar uit respect voor de wilde natuur laat je elkaar zo veel mogelijk met rust.
Terwijl ik aan het koken was kwamen de stieren met hun immense horens naast mij in het gras staan snuiven en grazen. Grote bruine ogen die mij constant in de gaten hielden keken niet angstig maar nieuwsgierig. We hadden een tak geplukt met groene blaadjes eraan, zodat we die op het vuur konden gooien tegen de muggen, maar na 5 minuten zaten daar geen groene blaadjes meer aan en had een van de dappere stieren, of heet dit gewoon een dominante stier ze ervan af gegeten. Na zo’n 3 kwartier liepen ze verder door de bosjes naast onze tenten, niet over het pad waar wij onze tent op hadden gezet. Gelukkig maar.
Die avond sloeg het weer ineens om, harde windstoten en alsof iemand het licht uit deed werd het donker. Het gevoel van onheil was zeker aanwezig. We kregen het hele pakketje natuur kamperen. In het diepe gegooid met van alles dat de Biesbosch ons maar kon geven. Zullen we deze test doorstaan?
Aan de waterkant ben ik nog even staan kijken hoe de bomen de wind op vingen, het riet aan het fluiten was in plaats van de vogels en de wolken als een woeste zee aan de hemel hingen, mee varend op de wind.

Vlug alles de tent in want de hemel kon elk moment los breken. Met een harde klap van een donder begon de regen naar de aarde te vallen, flitsen verlichten de horizon en de weerspiegeling op het water. De kinderen vonden het best een beetje eng. Het geeft aan hoe nietig je bent. De stieren hadden je al een gevoel gegeven hoe kwetsbaar en klein je bent vergeleken zo’n groot dier, nu kwam daar ook nog een het weer bij. We hadden geen jassen bij ons en nu ook geen vuurtje meer. Hoewel het vuur flinke weerstand gaf om niet geblust te worden konden we er niet bij zitten. Bij elkaar gekropen in de grote tent zijn we met zijn vieren spelletjes gaan bedenken, maar wat lekkere hapjes uit de tas gevist, een lekker drankje en wij een wijntje. Zo dit is echt kamperen jongens!
Die avond durfden de kinderen niet alleen in hun tentje te slapen, de donder is overweldigend en dan kruip je liever onder de vleugels van je moeder. Dus besloot ik dat ik in mijn eentje wel in hun tentje zou gaan slapen en zij met zijn drieën in de grote tent, want ik had geen zin om opgepropt bij elkaar te gaan slapen, hoewel het wel past in onze grote slaap cabine, maar daar lagen ook al onze kleren en dan zouden we weer zoveel moeten verplaatsen.
Eenmaal verdeeld en ieder in zijn slaapzak werd het tijd om te slapen in deze woeste nacht. Plots schrok ik wakker, want ik dacht dat mijn lief mijn naam riep. Ik luisterde maar hoorde niets meer, maar wel hoorde ik hard gekraak en een soort gebulder in de verte. Ik kon het niet helemaal thuis brengen, totdat het gebulder dichter bij kwam, het gekraak harder. Het waren de hoeven van de stieren, zij waren aan het rennen en trapten zo grote takken stuk en met hun grote horen liepen ze tegen de bomen aan. Het was pikdonker en waarschijnlijk had het noodweer ook angst bij de stieren opgewekt. Ik bedacht me nog even dat we midden op hun pad stonden en dacht; als ze maar niet in hun paniek zo dwars door onze tenten heen bulderen. Het is gek maar het was echt oorverdovend hoe deze stieren briesend, loeiend en stampend voorbij de tent stoven. Alsof je naast een zwaarbeladen goederentrein stond die je elk moment kon overrijden. Dit in combinatie met het geluid dat het weer produceerde was het een erg indrukwekkende beleving. Je kon horen hoe de groep stieren gesplitst was door de paniek en het donker, want zodra de ene horde voorbij gestoven was hoorde je nog een paar losse stieren langs komen en momenten later weer een horde. Geplons in het water daar waar ze met hun poten van de oever het water in gleden of struikelde over gevallen boomstammen.
Gelukkig hadden ze op de heenweg onze tenten zien staan en ik denk dat ze in deze ontmoeting hebben onthouden waar we stonden, waardoor ze in hun paniek niet de tent in gerent zijn, maar de andere paden gekozen hebben.
De ochtend brak aan en de kinderen waren blijkbaar overal doorheen geslapen, José en ik hadden elkaar het verhaal van de voorbij stuivende stieren te vertellen en hoe we dit beide hadden beleefd in het pikkedonker.
De rest van de dagen waren ook weer heerlijk gevuld met mooi weer, lekker aanprutsen en genieten van de natuur om ons heen. Weg zijn uit de drukke wereld van de mens.
Alles weer ingepakt werden we op de vierde dag weer netjes opgehaald door buurman Bennie.
Wat een mooi avontuur en we staan alweer te popelen om dit nogmaals te mogen doen en misschien dan nog wel ietsje langer. Eten hadden we genoeg, water hadden we soort van precies genoeg, want met die hitte werd er veel gedronken.
Een belevenis om nooit meer te vergeten !
















































































Opmerkingen